CUBA

CUBA

Centrum van HavanaOp weg naar het verleden

Cuba is een bijzonder (ei)land. In meerdere opzichten. Zo reis je in tien uur vliegen ver (soms 50, soms wel 100 jaar) terug in de tijd, terwijl je ook zo maar in luxe resorten terecht kunt komen.

Met één rijksweg dwars over het hele eiland heen is verdwalen niet mogelijk, ook al moet je het zonder navigatie stellen. En toch kom je op plekken, waarvan je niet eens – of misschien juister: niet meer – wist dat ze bestonden. Wij, het echtpaar Reiziger, maakten zelf een rondreis van 2,5 week in een huurauto: Havana, de Varkensbaai, Santiago de Cuba. Maar we belandden ook op plaatsen, waar de reisorganisatie ons ‘dwong’ te overnachten en waar we achteraf helemaal niet hadden willen zijn. We ontmoetten Cubanen die ons met een stralend gezicht belazerden (neem ze enkel mee als je ze op jouw route van A naar B wilt brengen en negeer hun ‘goed bedoelde’ adviezen) en Cubanen, bij wie we ons de koning te rijk voelden. Het land van Fidel Castro is een vat vol tegenstellingen.We dronken de lekkerste cocktails en we zochten uren naar een kop koffie. Onderwijs en gezondheidszorg zijn er overal prima, maar fatsoenlijke wegen en een internetverbinding een zeldzaamheid. Door die merkwaardige mix van tegenstellingen is Cuba de moeite van het ontdekken waard.

 

Wegwijs in een land dat niet bestaat

Zelf zaten we vol vragen, toen we naar Cuba vlogen. Dus eerst maar wat praktische zaken op een rij. Bijvoorbeeld: hoe zijn de hotels in dit land dat volgens buurman Amerika niet bestaat, want nog steeds geboycot? Daar kunnen we kort over zijn: het overgrote deel van de hotels die wij aandeden (en voor de meeste Cubanen verboden gebied zijn), is voorzien van een Westerse luxe. Niks mis mee dus. Geld, ondanks twee muntsoorten, is ook niet zo ingewikkeld. Buitenlanders betalen met de CUC, het algemene betaalmiddel. De Cubanen zelf verdienen hun salaris – een schijntje overigens – in pesos, maar hebben de CUC nodig om zich ‘welvaart’ te kunnen aanschaffen. Je betaalt overal cash en nooit met creditcard; geld wissel je bij de hotels.

Fietstaxi's brengen je vlot overal door HavanaMet weinig benzinestations is tanken niet eenvoudig, mede omdat je ook nog eens de juiste benzinesoort moet zien te vinden. Wij tanken daarom vaak als het mogelijk is, ook al is de benzine nog lang niet op. Dat voorkomt in elk geval al te zenuwslopend zoekwerk. Overigens, wij tuften met een modern Peugeotje rond. Dat gaat wel, maar een jeepachtiger voertuig is toch wel aan te raden als je buiten Havana komt. Je weg vinden in de steden (een landkaart is er wel, maar dat is het dan ook) lijkt een crime, zeker als je het ook nog zonder enig navigatiesysteem moet stellen. Maar de praktijk is veel minder weerbarstig. Sta je op een kruising en je weet het even niet meer, dan is er altijd wel iemand in de buurt die – soms nog voor je iets hebt gevraagd – je de weg wijst, want je bent nu ook weer niet de eerste toerist die een rondreis door Cuba maakt.

Achter een "parkeergids" aan, dan komt het vanzelf goedWij draaiden regelmatig ons raampje open om de weg te vragen. Werkt prima. En kopzorgen om een vreemde stad binnen te rijden? Niet nodig. Er duikt altijd wel iemand tussen de 8 en 80 jaar op een fiets op om voor je uit te rijden, kriskras door straatjes om je bij je hotel af te leveren. Een CUC voor de moeite staat er tegenover. Parkeren is overal gratis, maar er duikt altijd wel iemand op die op je auto past – voor een CUC natuurlijk. Is wel zo veilig. En voor het centrum van Havana geldt: pak de fietstaxi, veel handiger, leuker en koeler dan al die vaak krakkemikkerige oldtimers. En nog een ‘negatief reisadvies’: laat Holguin en Pinares de Mayari links liggen (schrap, indien mogelijk, die plaatsen op je rondreis van het reisbureau), dat is echt drama.

Honkbal is de favoriete sport en een favoriet gespreksonderwerp met de wereldkampioen uit Nederland Dan de taal. Zij spreken Spaans en wij Reizigers Engels en een paar woordjes Spaans. Maar met handen en voeten kom je een eind. Weet dat de meeste Cubanen Holland overigens wel kennen. Wij zijn namelijk wereldkampioen honkbal geweest en baseball is wel de nationale sport hier. Dus ze vinden het niet te verteren dan Nederland de Cubanen de laatste jaren steeds heeft verslagen. Dus voor de conversatie zijn de woorden baseball, Holland en champione al een goed begin. En soms spreekt iemand ook keurig Amerikaans. We moeten het natuurlijk ook nog over eten en drinken hebben. De cocktails zijn geweldig en meestal maar een habbekrats en Cristal is een prima biertje. Het eten is niet heel bijzonder. Kip in al zijn varianten lijkt wel de nationale dis en – eerlijk is eerlijk – smaakt ook prima. Dan heb je dus staatsrestaurants en een paladar, de eerste particuliere eetgelegenheden bij de mensen thuis. Dat laatste is wat knusser, maar qua prijs hebben wij niet veel verschil kunnen ontdekken. De Cubanen zijn niet welvarend. Dus pikten wij uit de hotels zeepjes e.d. mee om elders uit te delen. Ook is het niet zo gek – wat wij Reizigers hadden nagelaten – wat T-shirtjes van de Wibra of zo extra in de koffer te stoppen; op dat soort ‘luxe’ zijn ze dol.

De Malecón, de boulevard van Havana'Oldtimers' van de Buena Social Vista Club, een aanrader

Overal oldtimers xxxxxxx in oud Havana

Genoeg nuttige informatie. Over Cuba zelf is veel meer te vertellen. We delen het eiland op in drieën: Havana, midden-Cuba en het ‘verre’ oosten. Hoofdstad Havana is goed om te acclimatiseren. Eerst van de reis van tien uur, maar ook wennen aan de tegenstellingen: koloniale pracht en afzichtelijke Oostblok-gebouwen, historische welvaart en hedendaagse armoe, prachtige Oldtimers en ossenwagens. Havana is je vergapen aan de prachtige koloniale gebouwen, over de Malecón rijden (de kilometerslange en brede weg langs de boulevard, foto rechts), je naar de Plaze Vieja laten fietstaxiën voor de lunch, een bezoek brengen aan de beroemde Buena Vista Social Club (toeristisch ja maar doen, foto links) een kijkje en koffie nemen in Hotel Nacional en het Museo de Revolución bezoeken, waar wij ons Fidel Castro en Evita Perron waanden – een onmogelijke combinatie natuurlijk. Oldtimers spotten is geen kunst, het is het doorsnee vervoermiddel voor de iets welgesteldere of ondernemender Cubaan.

Valle de Vinales: Een vallei vol palmbomenDe 'tabaksindustrie'. Niet leuk als je je verplicht wordt dure sigaren t emoeten kopenOm iets van het noorden mee te krijgen, maakt de wonderschone vallei Valle de Vinales vol palmbomen en mangoplantages grote indruk. Dat geldt ook voor de grotten en natuur van Cueva del Indio. De tabaksplantages en sigaren maakten op ons trouwens veel minder indruk. Het is al met al maar 150 km rijden, maar door de staat van de wegen, zeker als je de ‘toeristische route’ terug pakt, echt een hele dagtrip.

 

Midden-Cuba: rum, la Revolution én dolfijnen

Vergezicht op de beroemde (vanwege de Revolutie) VarkensbaaiUitzicht op TrinidadVan Havana richting Cienfuegos pikken wij de beroemde Varkensbaai (foto rechts) mee. Geen verkeerde keus. Op weg daar naartoe stoppen we eerst bij een krokodillenfarm, waar wij Reizigers geen spijt van hebben. Er is koffie! En we zien er zelfs een kolibrie. Daarna komt in Playa Girón de Amerikaans-Cubaanse invasie uit 1961 in de baai tot leven. In de nabijheid genieten we onder de palmen en op het subtropische strand van een kokosnoot met rum. Cienfuegos heet niet voor niets ‘de parel van het zuiden’. De houten huizen geven je het gevoel de 19e eeuw binnen te wandelen. Voordat we Trinidad (foto linksboven) bereiken, rijden we nog een bijzonder stuk weg. Het stikt hier letterlijk van de krabben die alle kanten opsjezen als wij eraan komen. Dat Trinidad (klik hier) is overigens een nog leukere stad dan Cienfuegos. Daar ga je op het Plaza Mayor echt terug naar de koloniale tijd. We lieten ons door een fietser tegen alle verkeersregels in tot midden in het centrum brengen. Uit de auto gestapt leek het vervolgens wel of wij Reizigers door een openlucht museum liepen.

Met dolfijnen zwemmen bij Playa Rancho LunaBij Playa Rancho Luna, op de weg van Cienfuegos naar Trinidad, doken we de Caribische Zee in. En niet alleen. We werden vergezeld door twee dolfijnen. Er is daar – bijna onvindbaar – een delfinario, dolfinarium dus. Wij waren op dat moment de enige bezoekers. Het is kostbaar, zeker voor Cubaanse begrippen, maar wij vonden het geweldig zo met die dolfijnen te hebben gesparteld. Aan de andere kant van Trinidad bereik je het natuurgebied Topes de Collantes. Prachtig om te wandelen, eerst anderhalf uur afdalen, daarna nog langer omhoog klauteren. Een tropische ervaring rijker, maar voor de aanwezige waterval Salto del Caburni hoef je het niet te doen.

Even twee afraders. Camagúey kan er mee door, maar hotel Colon is geen aanrader, al lijkt het op het eerste gezicht heel wat. Holguin kun je in zijn geheel overslaan. Het heeft helemaal niks te bieden, waar wij Reizigers voor warmlopen. Zoek een alternatief, want Cuba is langgerekt en Santiago de Cuba wil je weer wel hebben gezien.

‘Verre’ oosten: hoe verder, hoe primitiever

Een levendige en drukke stad, dat is Santiago del Cuba (foto links). Alleen, het schijnt dat de storm die de stad enkele jaren teisterde ook het dansen aan banden heeft gelegd. Als ‘hart van de salsa’ hebben we wel heel erg moeten zoeken naar swingende plekken die niet puur voor toerisme waren bestemd. Een stop in het nabije El Cobre mag je overigens niet overslaan. De basiliek, het schijnt de beroemdste kerk van Cuba te zijn, is fotogeniek en markant.

Santiago del CubaEl YungueNog dieper het oosten inrijdend ligt Baracoa. Het plaatsje aan zee ziet er armoedig uit. Maar achter een fietshulpje aanrijdend, zigzagden we door de steegjes naar Hotel El Castillo. Dat is genieten in alle opzichten: aan de ene kant uitzicht op het stadje en de Atlantische Oceaan, aan de andere kant – met  een cocktail in de hand bij het zwembad, eigenlijk wel decadent, ja – het fantastische panorama met de berg El Yungue (foto rechts). En word je de volgende dag wakker, blijkt je auto gewassen… Da’s dan één CUC. Een dagtripje naar Boca de Yumuri, waar de bewoners je met alle liefde thuis chocomel aanbieden en je gidsen door de tropische natuur om vervolgens langs de rivier een vismaaltijd voor je neer te zetten, is een privé uitje, waarmee je het gevoel krijgt door te dringen tot het echte Cuba en de Cubanen.

Wegen zijn er zo oostelijk niet echt meer. Het is een eindeloos lange bak met keien, waar met ons Peugeotje de gemiddelde snelheid daalt tot 15 km per uur. Da’s natuurlijk een slakkengang voor een rondreis. Ons advies: sla Pinares de Mayari als het kan over – zeker als je zoals wij Reizigers er maar één nacht blijft is de keien-en-kuilenweg veel te veel van het goede – en blijf aan de kust. Dan ‘strand’ je bij all inclusive resorts. Niet direct onze voorkeur, maar na 14 dagen toeren en 3000 kilometer (!) van Havana is Playa Pescuero voor even de hemel op aarde. Drie dagen in hotel Playa Costa Verde (klik hier); je kunt het slechter treffen. Ruime  kamers, heerlijk eten en diverse restaurants en genieten van zand en zee. Dat is ook Cuba, waar niets is en toch alles te krijgen!

mei 2013 (met update 2015)

Er zijn 2 reacties op dit artikel
  1. Rowan - sillysis.nl at 17:40

    Wat een prachtige plek is Cuba toch. Nog nooit geweest, maar zou er graag een keer heen willen. Leuk om jouw beschrijving te lezen en je foto’s te zien. Dolfijnen spotten lijkt mij echt fantastisch, en dan die oldtimers! Fantastisch!

    • Cock Rijneveen at 10:11

      Hoi Rowan,
      Dank voor je leuke reactie. Ja, Cuba is – nog – heel bijzonder. Maar nu Amerika het ook eindelijk heeft “ontdekt”, zie ik zo maar alle oldtimers binnen een paar jaar richting Miami en verder verdwijnen…
      Groet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.