Land van safari én van strand
Een strandvakantie of een safari? Dat was eigenlijk best een lastige keuze voor ons Reizigers. We waren heel erg toe aan het eerste vonden we, maar we hadden ook zin in het tweede. Zo’n safari was ons namelijk eerder in Zuid-Afrika, in het Krüger Park, prima bevallen. En dat wilden wij best nog wel een keer beleven.

Het bracht ons uiteindelijk in Kenia. Het ligt aan de oostkust van Afrika. Zeg maar net iets over de helft tussen Noord-Afrika (Tunesie, Marokko) en Zuid-Afrika. Boven grenst het aan Somalië en Ethiopië, aan de onderkant aan Tanzania. De kust is niet het meest bekende deel van het land, maar dat moet op een vergissing berusten.
Natuurlijk draait het in Kenia vooral om safari – “Een goede reis” betekent niet voor niets “Safari njema” in het Swahili – maar het strand mag er ook best zijn. Het landbb herbergt niet alleen vier grote nationale wildparken, de kustlijn bij havenstad Mombasa blijkt namelijk een onverwacht pareltje. Wat wil je ook met het exotische eiland Zanzibar niet ver uit de buurt. Zo kwam het dat wij een reis konden gaan maken met van alles erop en eraan. We vlogen op Mombasa, bleven één nacht in een strandresort om de volgende dag voor zes dagen op safari te gaan met onze eigen chauffeur en gids.
Het klinkt afgezaagd, maar letterlijk moe en voldaan keerden we een week later terug naar de kust om nog zeven dagen de Keniaanse versie van “dolce far niente” te beleven. Dat “zalig niks doen” wordt daar vertaald als “Hakuna matata” (geen zorgen) en dat beviel ons Reizigers bepaald niet slecht. Het land is niet alleen schitterend voor safari’s, maar de mensen zijn ook vriendelijk en in de resorts is de service tot in de puntjes geregeld.
Niks safari óf strand. Nee, Kenia is safari én strand, met aanlokkelijk wit zand en wuivende palmen. Lees het in de twee artikelen. Het is wel iets om even van te genieten.